Naar de inhoud

5Werkgevers

Mobiliteitsbudget en carpoolen

Door Lucas · bijgewerkt op 26 okt. 2026 · 5 min

Met het mobiliteitsbudget ruilt een werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen die auto in voor een jaarbedrag, te besteden aan een groenere wagen, aan duurzame mobiliteit of uit te betalen in cash. In 2026 ligt dat bedrag tussen 3.233 en 17.244 euro per jaar, en carpoolen hoort bij de toegelaten uitgaven in de tweede pijler. Een hervorming die het aanbod voor veel werkgevers verplicht maakt, ligt op tafel, maar was in het najaar van 2026 nog niet gestemd.

Het principe: een bedrijfswagen wordt een budget

Het mobiliteitsbudget bestaat sinds de wet van 17 maart 2019. Het richt zich tot werknemers die een bedrijfswagen hebben of er volgens het bedrijfsbeleid recht op hebben. In plaats van de auto krijgen ze een jaarbudget, berekend op de totale kost van die wagen voor de werkgever: leasing, brandstof of stroom, verzekering, onderhoud, bijdragen.

Vandaag beslist de werkgever zelf of hij het systeem aanbiedt. Hij moet minstens 36 maanden bedrijfswagens ter beschikking stellen om het te kunnen invoeren. In de praktijk blijft het mobiliteitsbudget zeldzaam: ongeveer 4 % van de bedrijfswagenrijders gebruikt het, volgens een schatting van EY die in de vakpers circuleert.

Jaarbedrag 2026
Minimum 3.233 euro
Maximum 17.244 euro
Indexering jaarlijks, op 1 januari

De drie pijlers

Pijler 1: een groenere wagen

De werknemer kan een bedrijfswagen houden, kleiner of zuiniger, en de rest van het budget elders inzetten. Sinds 1 januari 2026 zijn enkel volledig elektrische wagens toegelaten voor bestellingen of contracten vanaf die datum. Wagens die vroeger besteld werden, tot 95 g CO2/km, blijven in het systeem.

Pijler 2: duurzame mobiliteit en wonen

Dit is de pijler waar carpoolen thuishoort. Je vindt er abonnementen op openbaar vervoer (trein, bus, tram, metro), de fiets en de elektrische fiets, lichte vervoermiddelen, gedeelde mobiliteit (deelauto’s, deelfietsen, taxi’s, carpoolen) en de huur of hypotheekrente van een woning op minder dan 10 km van het werk. Sinds 2026 moeten voertuigen voor gedeelde mobiliteit emissievrij zijn. Wat in deze pijler wordt uitgegeven, is vrij van belastingen en sociale bijdragen.

Pijler 3: het saldo in cash

Wat in de eerste twee pijlers niet werd gebruikt, wordt één keer per jaar uitbetaald. Op dat saldo rust een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 38,07 %, maar geen personenbelasting.

Waar carpoolen past in het mobiliteitsbudget

Op papier heeft carpoolen zijn plaats in de tweede pijler, naast de andere vormen van gedeelde mobiliteit. In de praktijk weegt het weinig. Cijfers van sociale secretariaten en een KPMG-studie bij 302 werkgevers en 4.389 werknemers tonen dat ongeveer drie op de vier gebruikers hun pijler 2 aan wonen besteden, goed voor 86,7 % van de uitgaven in die pijler. Iets minder dan de helft van de gebruikers steekt er zijn volledige woonbudget in.

Carpoolen past er vooral op twee manieren in. Wie zijn bedrijfswagen inlevert en passagier wordt in een vaste carpool, kan zijn onkostenvergoeding via het budget laten lopen, als de werkgever dat aanvaardt en de betaling traceerbaar is. Wie in pijler 1 een kleine elektrische auto kiest, kan die ook vullen met collega’s: hij houdt een wagen, maar er rijden elke ochtend minder auto’s de parking op.

In mijn jaren pendelen tussen Namen en Brussel zag ik geregeld bedrijfswagenrijders in onze carpool opduiken. Ze stapten in als hun wagen in onderhoud was en reden weer alleen zodra hij terug was. Het mobiliteitsbudget is het instrument dat zo’n toevallige rit kan omzetten in een gewoonte, op voorwaarde dat de regels helder zijn.

De hervorming: een verplicht mobiliteitsbudget

Het federale regeerakkoord 2025-2029 wil het aanbod verplicht maken. Eind 2025 keurde de regering een voorontwerp van wet goed, voorgesteld door ministers David Clarinval en Eléonore Simonet, dat daarna naar de Raad van State en de sociale partners ging. In september 2026 was de tekst nog niet gestemd, en de startdatum schoof al meermaals op: gepland op 1 januari 2026, nu aangekondigd voor 2027.

  • Betrokken werkgevers: wie al meer dan 36 maanden bedrijfswagens toekent, al dan niet aaneensluitend.
  • Aangekondigde timing: 1 januari 2027 voor werkgevers met minstens 50 werknemers, 2028 voor wie 15 tot 49 werknemers heeft.
  • Blijvende vrijstelling voor bedrijven met 15 werknemers of minder.
  • De werkgever moet het hele personeel informeren over inhoud en modaliteiten, en mag pijler 1 op basis van objectieve criteria beperken tot emissievrije wagens.
  • De sociale partners stelden voor het woongedeelte te beperken tot 50 % van het budget; voorlopig is dat enkel een advies.

Een berekening van EY raamt de budgettaire impact op maximaal 1 miljard euro als 20 % van de bedrijfswagenrijders zou overstappen. Dat is een scenario, geen voorspelling, maar het verklaart waarom het dossier traag vooruitgaat.

Mobiliteitsbudget, carpoolvergoeding of bedrijfswagen

Voor een werknemer zonder bedrijfswagen speelt het mobiliteitsbudget niet: dan gelden de carpoolvergoeding en de fiscale vrijstelling voor woon-werkverplaatsingen. Voor wie wel een wagen heeft, loont het om drie scenario’s over een jaar naast een rekenblad te leggen.

  • De wagen houden: belast voordeel van alle aard, geen extra mobiliteitsuitgaven.
  • Het budget nemen zonder auto: trein of carpool in pijler 2, de rest in cash min 38,07 %.
  • Combineren: kleine elektrische wagen in pijler 1, abonnement en carpool in pijler 2, saldo in pijler 3.

Een eenvoudig voorbeeld met een jaarbudget van 9.000 euro: een compacte elektrische wagen die 5.000 euro van het budget opsoupeert, 1.000 euro duurzame mobiliteit en 3.000 euro in cash, of ongeveer 1.858 euro netto na de bijzondere bijdrage. De exacte cijfers hangen af van de werkelijke kost die de werkgever berekent.

De rol van de werkgever

Een werkgever die carpoolen wil stimuleren, koppelt best de instrumenten aan elkaar. De federale diagnostiek en, in Brussel, het bedrijfsvervoerplan leveren de kaart van de woonplaatsen; een bedrijfsplatform brengt collega’s samen; het mobiliteitsbudget biedt een uitweg voor wie een bedrijfswagen heeft. Een intern reglement dat carpoolen uitdrukkelijk vermeldt, met het aanvaarde bewijs, voorkomt discussies op het einde van het jaar bij de afrekening.

Vragen van carpoolers

Kan je carpoolen betalen met het mobiliteitsbudget?

Ja, carpoolen valt onder gedeelde mobiliteit in pijler 2, vrij van belastingen en bijdragen. De werkgever bepaalt welke bewijsstukken hij aanvaardt, en sinds 2026 moeten voertuigen voor gedeelde mobiliteit emissievrij zijn.

Is het mobiliteitsbudget verplicht vanaf 2027?

De hervorming voorziet een verplichting vanaf 1 januari 2027 voor werkgevers met minstens 50 werknemers die al meer dan 36 maanden bedrijfswagens toekennen. In september 2026 was de tekst nog niet gestemd.

Hoeveel bedraagt het minimale mobiliteitsbudget in 2026?

Het minimum is 3.233 euro per jaar en het maximum 17.244 euro, bedragen die elk jaar op 1 januari worden geïndexeerd. Het werkelijke budget hangt af van de totale kost van de bedrijfswagen voor de werkgever.

Hoe wordt het saldo van het mobiliteitsbudget belast?

Het ongebruikte saldo wordt één keer per jaar uitbetaald en draagt een bijzondere socialezekerheidsbijdrage van 38,07 %. Er is geen personenbelasting op verschuldigd.

Volgende afritten